|

Training over effectief omgaan met kinderen
Gedragsmanagement in de groep
In een groep zijn kinderen voortdurend met elkaar in interactie en beïnvloeden
zij elkaars gedrag. De pedagogisch medewerkers hebben invloed op dit groepsproces
door de manier waarop zij inspelen op de behoeften van kinderen en het gedrag
van de kinderen onderling sturen. Methodieken om het gedrag van de kinderen
te analyseren en dit gedrag effectief te beïnvloeden staan centraal in deze
training.
Leerdoelen:
Pedagogisch medewerkers zijn in staat:
- een inschatting te maken van de belangrijkste basisbehoeften van de kinderen
uit hun groep;
- aan de hand van het SGG (situatie-gedrag-gevolg) schema een analyse te maken
van uitlokkers en versterkers van het gedrag van kinderen;
- een analyse te maken van de belangrijkste vaardigheden in het omgaan met
druk gedrag.
Eerst observeren dan interpreteren
Pedagogisch medewerkers kijken dagelijks naar de kinderen in hun groep en
vormen zo een indruk van hun gedrag en ontwikkelingsniveau. Veel pedagogisch
medewerkers vinden het lastig om in te schatten welk gedrag hoort bij de leeftijd
van een kind. Om het gedrag van kinderen goed te kunnen interpreteren is het
nodig om het gedrag te plaatsen in een ontwikkelingspsychologisch perspectief.
Leerdoelen:
Pedagogisch medewerkers zijn in staat:
- Aan de hand van gedragsobservaties in de eigen praktijk een inschatting
te maken of het gedrag van een kind overeenstemt met dat wat je van een kind
in die bepaalde ontwikkelingsfase mag verwachten;
- hun observaties te verwoorden en de belangrijkste conclusie onder woorden
brengen.
Effectief omgaan met opvallend gedrag
In iedere groep kinderen is een aantal kinderen dat zich, in de ogen van de
pedagogisch medewerker opvallend gedraagt. Sommige kinderen zijn heel druk,
anderen maken moeilijk contact en zijn meer teruggetrokken. De vraag is hoe
je als pedagogisch medewerker deze kinderen toch op een effectieve manier in
de groep blijft betrekken.
Leerdoelen:
Pedagogisch medewerkers zijn in staat:
- het opvallende gedrag van de kinderen in hun groep duidelijk en concreet
te omschrijven;
- situaties te beschrijven waarin het gedrag in meer of mindere mate voorkomt;
- alternatieven te bedenken om op een effectievere manier met het gedrag van
deze kinderen om te gaan.
|